Een serre die langzaam een junglekamer werd
Geen tuin bij het appartement, wel een serre. In elf jaar groeide die van een kale glazen bak naar een groene kamer met gekleurd licht, water en geluid.
2014 – 2025
In 2014 verhuisden we naar een appartement. Fijne woning, alleen zat er geen echte tuin bij. Wat er wel bij zat: een serre. Een glazen aanbouw die er op dat moment vooral leeg bij stond, maar waar ik meteen van alles in zag.
De huiskamer ernaast was in het begin nog kaal. Die werd in de jaren daarna steeds warmer en groener, en dat bepaalde voor een groot deel ook wat ik met de serre wilde.



De huiskamer naast de serre: van kaal bij binnenkomst naar warm en groen.
Eerst een klein zijpaadje. Voor Halloween bouwde ik de hele kamer om: spinnenweb, kaarsen en zo veel mogelijk dingen die er eng uitzagen. Dat zetten we meestal al een week of twee van tevoren neer en lieten het tot na Halloween staan. Het hoefde nergens toe te leiden. Ik vond het gewoon leuk om te merken hoe anders een ruimte voelt als je de sfeer een keer compleet omgooit.

De serre zelf
De serre zelf begon zo kaal als het maar kon. Een stenen vloer, glas rondom, en verder helemaal niets.

Bijna alles wat erin kwam, kwam van de kringloop of van Marktplaats. Ik vertrok nooit met een boodschappenlijstje. Ik keek per keer wat ik tegenkwam en of het paste bij het gevoel dat ik zocht. Zo groeide het stukje bij beetje, zonder dat ik van tevoren wist waar het zou eindigen.



Wat een junglekamer voor mij is
Een junglekamer is voor mij: veel groen, varens, water, een vleugje mist, lianen die langs het glas naar beneden hangen en overal warm licht. Daar tussendoor kleine figuren die er eigenlijk niet horen, maar het juist leuk maken. Papegaaien, elfjes, kabouters en natuurlijk tijgers.
Die laatste hadden we toevallig al rondlopen. Beer en Poes lagen regelmatig tussen de planten alsof de serre speciaal voor hen was aangelegd. Tussen al dat groen hoefde ik in ieder geval niet veel fantasie te gebruiken om er twee kleine jungletijgers in te zien.
Botanisch klopt er niets van, en dat hoeft ook niet. Het is een eigen fantasiewereld, ergens tussen een kas, een sprookjesbos en een filmset in.
Overdag en ’s avonds
De serre heeft twee gezichten. Overdag valt het licht gewoon door het glas en gaat het vooral om het groen, de vormen van de bladeren en de rust. ’s Avonds gaat de gekleurde verlichting aan en wordt het een andere plek. Dieper, warmer, een stuk geheimzinniger.


Details die je pas later ziet
De leukste dingen vallen niet meteen op. Een fonteintje in een hoek, een reliëf aan de muur, een figuurtje tussen de planten, een lampje dat net buiten je blik hangt. Ik vind het mooi als je er voor de vijfde keer zit en dan pas iets ziet wat er al die tijd al stond.




Een fonteintje met mist, een papegaai op een vogelkooi, vlinders bij het raam en roze lampen die ’s avonds het plafond kleuren. Dat soort dingen zie je pas als je even blijft zitten.
Geluid hoort er net zo goed bij
In de serre hing een surroundsysteem, en dat deed voor de sfeer minstens zo veel als alles wat je ziet. Bosgeluiden, stromend water, af en toe wat muziek. Daarmee kon ik de boel nog een stap verder trekken.
In de video’s hieronder zit dat geluid erbij. Het start niet vanzelf, dus zet het zelf even aan als je wilt horen hoe het was.
Zet het geluid aan om te horen hoe het er was.
Kerst werd het tweede moment in het jaar waarop de serre een eigen uitvoering kreeg, net als de huiskamer met Halloween. Lichtsnoeren erbij, andere kleuren, en opnieuw net een andere plek dan de week ervoor.
Dit maakte ik met wat extra effecten erin om iedereen fijne feestdagen te wensen.
Waar het uiteindelijk om ging
We hebben hier ontzettend veel avonden doorgebracht. Praten, muziek aan, over niets en over alles. Voor dat soort avonden was de serre precies goed.
Eind 2025 zijn we verhuisd naar dit huis, met eindelijk een echte tuin. Veel van wat ik in de serre had zitten uitproberen komt daar terug: groen om je heen, geborgenheid, warm licht, water, geluid, details die je pas na een tijd opvallen. Alleen nu buiten, en met meer ruimte om het fout te doen.
Dezelfde manier van denken
- Sfeer en beleving
- Ik ontwierp de serre voor twee momenten die weinig op elkaar leken: groen en rustig bij daglicht, warm en geheimzinnig zodra ’s avonds het gekleurde licht en het geluid het overnemen.
- Wereldopbouw
- Planten, licht, water, geluid en een paar kleine figuren moesten samen één fantasiewereld worden die klopt zodra je binnen staat, zonder dat er botanisch iets van deugt.
- Werken met wat er is
- Bijna alles komt van de kringloop of van Marktplaats, stuk voor stuk bij elkaar gezocht in plaats van in één keer ingekocht naar een vast plan.
- Aandacht voor detail
- De kleine dingen dragen de sfeer: een fonteintje in een hoek, een verstopt figuurtje, een lampje net buiten je blik. Juist wat je pas later ziet, houdt de ruimte interessant.