Case study
Een e-learning die beheerders zelf kunnen vullen
Een hardcoded e-learning vervangen door een flexibele builder waarmee beheerders zelf onderwerpen, modules, content, vragen en versies beheren.
KERN VAN DE CASE Een e-learningstructuur ontwerpen die generiek genoeg bleek om ook buiten de oorspronkelijke context als vertrekpunt te dienen.

Context
Binnen een groter softwaretraject zat een e-learningonderdeel: een digitale instructie die iemand moet afronden voordat hij ingezet kan worden, waarna de bijbehorende verklaring een jaar geldig is.
Die e-learning was grotendeels hardcoded. Nieuwe inhoud of wijzigingen waren daardoor afhankelijk van development.
Ik ontwierp daarom een flexibele e-learningbuilder waarmee beheerders zelf onderwerpen, e-instructies, modules, content, vragen en versies kunnen beheren. Daarmee ontstond niet alleen een nieuwe e-learningomgeving, maar een zelfstandig contentsysteem met een eigen informatiehiërarchie, editor, vragenmodel en versiebeheer.
Van onderwerp naar element


De structuur bestaat uit vijf niveaus: onderwerp, e-instructie, module, sectie en element. Die informatiehiërarchie vormde het vertrekpunt voor de rest van de interface.

Content opbouwen
Een bekend patroon als vertrekpunt
Voor het opbouwen van content gebruikte ik de WordPress-editor als referentie. Niet om die te kopiëren, maar omdat het onderliggende probleem vergelijkbaar is: iemand zonder technische kennis moet verschillende soorten content kunnen toevoegen, ordenen en aanpassen.
Vanuit dat principe ontwierp ik een eigen model voor e-learningcontent met modules, secties, contentelementen en vragen.



Tekst, video en afbeeldingen worden via hetzelfde patroon toegevoegd en kunnen daarna worden verplaatst, aangepast of verwijderd zonder tussenkomst van een ontwikkelaar.
Context behouden tijdens het bewerken
Een van de lastigste onderdelen was het zijmenu. Een beheerder kan meerdere niveaus diep in een e-instructie werken, maar moet steeds begrijpen waar hij zich bevindt en hoe die plek zich verhoudt tot de rest.
Het menu werd daarom meer dan navigatie: het geeft ook een compacte weergave van de structuur van de e-instructie.

Vragen beheren


Per module bepaalt een beheerder hoeveel vragen iemand krijgt en hoeveel daarvan goed moeten zijn. Zo kan de vragenbank groeien zonder dat de toets automatisch langer wordt.
Lege staten



Ook de lege staten maken deel uit van het ontwerp. Juist wanneer er nog niets is, legt de interface uit wat de volgende stap is en hoe de structuur werkt.
Versiebeheer
Wijzigingen aan een bestaande e-instructie mogen niet direct de gepubliceerde versie overschrijven. Daarom ontwierp ik een onderscheid tussen concept- en gepubliceerde versies, inclusief publicatiedata en inzicht in openstaande wijzigingen.

Ontworpen om verder te kunnen groeien
De keuze om de builder los te ontwerpen van de oorspronkelijke context bleek later waardevol. Dezelfde onderliggende structuur werd het vertrekpunt voor Horeca Certificaat, een leeromgeving voor een totaal andere doelgroep.
Voor mij was dat het bewijs dat de oplossing niet alleen voor één specifieke e-instructie werkte, maar als generiek model voor digitale leercontent.

Wat deze case mij liet zien
Bij deze applicatie zat het ontwerpwerk vooral in de structuur. Een beheerder bouwt content op in vijf niveaus, en pas wanneer die hiërarchie klopt, kan de interface eromheen rustig blijven.
Ik heb hier geleerd om eerst het model op te lossen en daarna pas de schermen. De wireframes gingen over waar iets thuishoort, niet over hoe het eruitziet. De lege staten, het zijmenu en het versiebeheer volgden daarna uit diezelfde structuur.
Dat het model later zonder aanpassing bruikbaar bleek voor een heel ander onderwerp, was voor mij het bewijs dat die volgorde klopte.